”Ik kom het dagelijks tegen: het vakjargon dat management taal heet. Termen als tactische sturing, agile transformatie, multidisciplinaire teams en de stip op de horizon. We knikken ‘ja’ en hebben geen idee wat er bedoeld wordt.

Ik herinner me mijn eerste werkweek. Gniffelend zat ik op de fiets terug naar huis. De hoeveelheid management taal die ik die week had opgestoken werkte op mijn lachspieren. Ik beloofde mezelf een woordenboek aan te leggen. Mij zou je nooit betrappen op woorden als: opschakelen, uitrollen of
afkaderen. Acht jaar en een corporate carrière later kan ik eerlijk zijn: missie gefaald. Ik scoorde in no time 100% op de lulkoek bingo voor managers. Waarom gebruiken we eigenlijk management taal? En waarom schieten we met dit vakjargon vaak ons doel voorbij?

”Ik scoor 100% op de lulkoek bingo voor managers”

Management taal is het klassieke voorbeeld van ‘hoe we het hier nou eenmaal doen’. Of eigenlijk als we eerlijk zijn: omdat we denken dat het professioneel overkomt en we als leiders vooral conceptuele denkers zijn. De invulling van onze visies, organisatieveranderingen en jaarplannen laten we over ‘aan de mensen zelf’. De praktijk leert ons iets anders: glazig kijken we naar slidepacks vol strategische doelen en jaarplannen. Na afloop kan niemand vertellen wat we het komend jaar gaan doen of wat er moet veranderen. Iemand uit mijn team zei ooit heel treffend: ‘’Een stip aan de horizon? Dat moet geen stip zijn maar een leeuw!’’. En ook ik werd recent nog teruggefloten: ‘’je kan het me in nog 10 talen uitleggen maar ik heb geen idee waar je het over hebt’’. Ik had zojuist voorgesteld een probleem eerst te ‘refinen’ en op het ‘PI event’ te plannen. In gewone mensentaal: bespreken met de mensen die er verstand van hebben en de braderie op om het gedaan te krijgen.

‘’Een stip aan de horizon? Dat moet geen stip zijn maar een leeuw!’’

Bovenstaande reacties illustreren waarom strategische doelen of organisatie veranderingen maar zelden slagen. De woorden die we gebruiken in de verhalen die we vertellen spreken maar weinig tot de verbeelding en zijn te abstract. Of anders gezegd: er is teveel ruimte om in te vullen wat er bedoeld wordt en daarom is ‘alle neuzen dezelfde kant op’ zelden de uitkomst. Gevolg: de gewenste snelheid (managers lees: time to market) wordt niet gerealiseerd en de organisatieverandering (managers lees: transformatie) gaat te langzaam. Ik heb daarom een simpele boodschap: laten we teruggaan naar gewone mensentaal.

Hoe herken ik gewone mensentaal? Simpel: praten in watermeloenen. Ik kan je kort uitleggen hoe dat werkt. Als ik je vraag te denken aan ‘vrijheid’ dan is dat voor jou misschien een vogel, maar voor mij een boswandeling. En dan kunnen we binnen het woord boswandeling ook nog verwarring hebben of dat er eentje in de natuur is of in de kroeg. Maar als ik je vraag te denken aan een watermeloen dan weet ik zeker dat we allebei denken aan een groen roze fruitstuk.

”Praten in watermeloenen doe je door te visualiseren wat je bedoelt en gewone woorden te gebruiken”

Praten in watermeloenen zorgt ervoor dat er een glashelder verhaal ontstaat. Er is geen speld tussen te krijgen wat we bedoelen. We kunnen het vervolgens eens of oneens zijn of watermeloenen lekker zijn en of je een watermeloen ook in de winter eet, maar dan hebben we in ieder geval het juiste gesprek. Praten in watermeloenen doe je door te visualiseren  wat je bedoelt en gewone woorden te gebruiken. ‘’Mul-ti-di-sci-pli-nair, ik kan het nauwelijks uitspreken’’ zei een coachee laatst in voorbereiding op een presentatie aan het management team. ‘’Het is eigenlijk gewoon een denkteam’’ voegde hij eraan toe. Een perfect voorbeeld van hoe het simpeler kan in normale mensentaal. 

Bereid jij momenteel een presentatie voor over een visie, organisatieverandering of jaarplan? Of moet jij een Epic of Feature (oei dit is heel lelijk nieuwe management taal) pitchen voor komend kwartaal? Dan daag ik je uit om nog eens na te gaan of je wel in watermeloenen praat. Check het eens bij die collega die altijd de lastige vragen stelt of waarbij je wel eens een glazige blik bespeurt. Vraag hem of haar wat er is bijgebleven van jouw verhaal. Zo zorg je ervoor dat jouw omgeving in beweging komt en je je doelen bereikt.